Hij heeft iets beters te doen.
Hij ruikt het eten. Hij hoort het piepen. Zijn hersenen doen de rest. Op het moment dat jij de deur uitloopt heeft hij één ding in zijn hoofd die snacks eruit krijgen. Niet jij. Niet de deur. Gewoon de slak. Dat is geen truc. Dat is hoe een hondenhoofd werkt.